Er is een nieuw Spelregels 2018-2022 uitgegeven door de IIHF. (Nederlandse versie)
Voor diegenen die geen zin hebben om alle 168 pagina’s door te lezen, hier de belangrijkste wijzigingen:

HOE KOMEN DEZE AANPASSINGEN TOT STAND?
Voorafgaand aan een Olympisch jaar (winterspelen) kunnen alle nationale bonden voorstellen
doen m.b.t. aanvullingen en/of aanpassingen van de spelregels. Diverse commissies binnen
de IIHF, waaronder het “IIHF player safety committee” hebben zich gebogen over de
voorstellen, waarvan er een aantal meteen door het congres (bijeenkomst van alle bij de IIHF
aangesloten landen) zijn aangenomen en waarvan een ander aantal na een workshop,
mogelijk in gewijzigde vorm, al dan niet zijn aangenomen.

WAT IS VERANDERD?
De veranderingen kunnen we grofweg in drie delen opsplitsen:
1. Housekeeping: teksten zijn aangepast, bepaalde onderdelen zijn verplaatst of vanwege doublures
geschrapt.
2. Structuuraanpassingen: voorbeelden van wedstrijdsituaties, die voorheen terug te vinden waren in
het zogenaamde case book, zijn nu in het spelregelboek opgenomen..
3. Inhoudelijke aanpassingen: hieronder een beperkt overzicht van de belangrijkste
aanpassingen.
Opmerking
Niet opgenomen in dit overzicht zijn regelaanpassingen die betrekking hebben op daartoe
aangewezen competities, wereldkampioenschappen zoals bijv. regels m.b.t. coach challenge
en video goal judge. Regels m.b.t. eventuele verlenging en/of allesbeslissende penalty shots
worden in aanvullende reglementen beschreven.

INHOUDELIJKE AANPASSINGEN
Ter verduidelijking van wat in een aantal spelregels exact bedoeld wordt zijn vooraan in het
spelregelboek een aantal definities opgenomen. Ook maakt deze terminologie het
eenvoudiger om een aantal spelregels beter te omschrijven en te verduidelijken.

REGEL 7 -TERMINOLOGIE
Afketsen (Deflect) / Richten (Direct)
Een puck die afketst is een puck die toevalligerwijze via de schaats, lichaam of stick van een
veldspeler van richting veranderd. Een gerichte puck is een puck die met opzet van richting
veranderd wordt via schaats, stick of lichaam van een veldspeler.

Bodycheck
Een bodycheck wordt gekenmerkt door fysiek contact van een veldspeler met een veldspeler
van de tegenstander, waarbij het doel is de tegenstander de puck te ontnemen. Elke
veldspeler, die in het bezit is van de puck of deze onder controle heeft, mag gebodycheckt
worden onder de voorwaarden:
a) De bodycheck wordt uitgevoerd met heup, lichaam of schouders.
b) Het contact met de tegenstander vindt plaats aan de voor- of zijkant en is niet gericht
op hoofd- of nekgebied of op het onderste gedeelte van het lichaam (onder de heup).
Er is geen sprake van een zuivere bodycheck die gericht is op de achterzijde, hoofd of
onderste gedeelte van het lichaam van een tegenstander.
Er is geen sprake van een zuivere bodycheck die wordt uitgevoerd met het onderste gedeelte
van het lichaam, met de stick of met het hoofd.
Er is geen sprake van een zuivere bodycheck die wordt uitgevoerd op een doelverdediger.
Competitief contact
Competitief contact betekent dat er fysiek contact is tussen twee of meer veldspelers, die in
de onmiddellijke omgeving van de puck zijn en die proberen de puck in hun bezit te krijgen.
Deze veldspelers is het redelijkerwijze toegestaan om elkaar te duwen of tegen elkaar aan te
leunen, waarbij het doel van het contact is om enkel de puck in bezit te krijgen.
Kwetsbaar
Een veldspeler wordt beschouwd zich in een kwetsbare positie te bevinden als hij niet langer
in bezit is van de puck of geen controle meer heeft over de puck en hij óf zich niet bewust
van een gevaarlijke bodycheck óf niet voorbereid is op de bodycheck.
Een bodycheck uitgevoerd op een tegenstander die zich in een kwetsbare positie bevindt,
wordt automatisch als roekeloos bestempeld, zelfs als die bodycheck conform de regels wordt
beschouwd als die tegenstander zich in een niet-kwetsbare positie bevindt.

Late check (Late hit)
Met een late check wordt bedoeld dat een speler die niet langer in bezit is van de puck of de
puck niet langer onder controle heeft, roekeloos in gevaar wordt gebracht. Een veldspeler die
de puck afspeelt of die niet langer meer in bezit is van of controle heeft over puck, mag nog
steeds worden gecheckt, zolang de degene die de check uitvoert in de onmiddellijke
omgeving van de speler met de puck is.
Als degene die de check uitvoert (aanvaller) de veldspeler nadert en op een krachtige manier
contact maakt, dan loopt deze “aanvaller” het risico dat de bodycheck wordt beoordeeld als
een late hit, afhankelijk van de kwetsbare positie van zijn tegenstander en de kracht
waarmee de bodycheck wordt uitgevoerd.

Schietactie (Act of shooting)
De actie om de puck in de richting van het doel te bewegen. Wanneer de puck de stick
verlaten heeft, wordt elke continue beweging van de puck, zonder verdere actie van het
aanvallende team en voor dat het verdedigende team in bezit komt van de puck, gezien als
een voortzetting van het schot.

OVERIGE AANPASSINGEN / AANVULLINGEN VAN DE REGELS
Let op: Niet de gehele spelregel, maar slechts de aanpassingen zijn hieronder vermeld. Voor
de volledige regel raadplege men het spelregelboek 2018-2022.

REGEL 8 – IJSOPPERVLAK / SPEELKLAAR
v. Indien er een langdurige onderbreking ontstaat met minder dan 10 minuten in een
periode te spelen, dan kan de scheidsrechter beide teams naar hun kleedkamer sturen en
de pauze laten ingaan. Het resterende deel van de periode kan dan na de pauze worden
gespeeld en nadat de ijsbaan weer speelklaar is en het ijs geprepareerd is. Op het
moment dat het spel hervat wordt, verdedigen de teams hetzelfde doel als voor de
onderbreking. Na afloop van de periode wisselen de teams, zonder enig oponthoud, van
speelhelft.

REGEL 19 – MARKERINGEN OP HET IJS / AFGEBAKENDE GEBIEDEN (CREASES)

REGEL 26 – TEAMBEGELEIDING EN TECHNOLOGIE
i. Teambegeleiders die tijdens de wedstrijd in of bij de spelersbank staan mogen gebruik
maken van draadloze audioverbinding om in contact te staan met een andere
teambegeleider, die zich in een door de IIHF aangewezen ruimte bevindt.
ii. Andere vormen van technologie is enkel toegestaan voor doeleinden ten behoeve van
coaching (zoals statistieken, volgsystemen) en mag niet gebruikt worden om te
proberen de arbitrage op welke wijze dan ook te beïnvloeden.

REGEL 31 – GEZICHTSBESCHERMING
viii. Een veldspeler wiens vizier of kooi tijdens de wedstrijd kapot gaat, moet het ijs
onmiddellijk verlaten.

REGEL 33 – HANDSCHOENEN
iii. De handschoenen moeten volledig intact zijn en mogen niet bewerkt zijn (bijv. de
handpalmen verwijderd) om daar op die manier enig voordeel mee te doen.

REGEL 40 – UNIFORMEN/VELDSPELER
xvii. Shirts moeten volledig buiten de broek worden gedragen en, indien mogelijk, met strips
aan de broek bevestigd zijn.
xviii. Spelers die niet aan bovenstaande regels voldoen, mogen niet aan een wedstrijd
deelnemen. Spelers, die na een waarschuwing, nog steeds in gebreke blijven, worden
bestraft met een minor penalty voor delaying the game.

REGEL 53 – LOCATIE INWORP/STRAFFEN
iii. Als een speler wordt bestraft met een misconduct of game misconduct penalty dan
wordt de eerstvolgende face-off genomen op een van de inwerppunten van het
verdedigingsvak van het in overtreding zijnde team.

REGEL 58 – INWORPPROCEDURE
iii. De spelers die de inworp nemen moeten recht tegenover elkaar staan met het gezicht
richting het doel van hun tegenstander gekeerd, ongeveer een sticklengte van elkaar
verwijderd en met de punt van het stickblad op het ijs en op het witte gedeelte van het
inwerppunt.
Met betrekking tot face-offs in het eindvak moeten de schaatsen binnen de markeringen
aan beide zijden van de face-off stip (dubbele “L”) blijven , waarbij de spelers, met geen
enkel deel van hun lichaam in elkaars ruimte boven het middelpunt van de stip mogen
komen.
iv. Indien een speler die de face-off neemt, helm-tot-helm contact maakt met zijn
tegenstander, dan moet deze uit de face-off worden verwijderd. Als de linesman niet kan
bepalen welke van de twee spelers deze regel overtreedt, dan moeten beide spelers uit
de face-off worden verwijderd.

REGEL 59 – FOUTIEVE INWORPEN
xii. Als de klok tijdens een foutieve face-off is doorgelopen, dan moet de “verloren” tijd op
de klok worden bijgesteld voordat de face-off opnieuw genomen kan worden.
Aanbeveling: zet de klok niet terug, maar laat de klok het aantal seconden dat deze is
doorgelopen, na de hervatting even zoveel seconden stilstaan. Scheidsrechters delen dit mee
aan beide coaches.

REGEL 63 – ALLESBESLISSENDE PENALTY SHOTS
vi. De doelverdedigers van beide teams mogen tijdens de gehele beslissende penalty-shot
serie in hun doelgebied blijven.

REGEL 88 – SPELERSWISSEL GEDURENDE HET SPEL
iii. Als tijdens een spelerswissel een speler, die het ijs opkomt of die het ijs afgaat, de puck
speelt, contact maakt met een tegenstander, of op andere wijze aan het spel
deelneemt (daaronder inbegrepen het verkrijgen van terreinvoordeel of numeriek
voordeel), terwijl zowel de speler die het ijs op komt als de speler die het ijs afgaat zich
nog beiden op het ijs bevinden binnen het 1.5 m gebied, dan wordt een straf opgelegd
vanwege te veel spelers op het ijs.

REGEL 93 – SPELERSWISSEL BIJ ICINGSITUATIES
iv. Een team mag spelers wisselen in het geval dat:
4. De uitrusting van een speler (kooi, vizier of schaats) kapot is gegaan.

REGEL 94 – HET SCOREN VAN EEN DOELPUNT
v. Als de puck opzettelijk via de helm of het lichaam van een aanvallende speler in het
doel wordt gewerkt, is het doelpunt niet geldig.
xviii. Als de puck voor de zoemer, die het einde van de periode aangeeft, het doel ingaat en
de scheidsrechter het doelpunt toekent, dan hoeft er geen face-off meer te worden
genomen. De scheidsrechter ziet er op toe dat er 19:59 op het wedstrijdformulier wordt
genoteerd als zijnde de tijd van het doelpunt.

REGEL 96 – DOELPUNT MET DE SCHAATS
i. Er kan geen doelpunt worden toegekend als een aanvallende speler de puck op enigerlei
wijze met de schaats het doel in werkt.
iv. Als een aanvallende speler zijn schaats draait om zodoende de puck het doel in te
werken, is er, indien er gescoord wordt, geen sprake van een geldig doelpunt.
v. Als een aanvallende speler de puck met zijn schaats naar zijn eigen stick schopt en de
puck niet onder controle krijgt voordat de puck de doellijn passeert, is er geen sprake
van een geldig doelpunt.
vi. Als een aanvallende en een verdedigende speler tegen elkaar aan het duwen zijn en de
aanvallende speler verliest hierbij zijn evenwicht, en hij brengt daardoor de puck het
doel in (anders dan met zijn stick), dan is er geen sprake van een geldig doelpunt. Het
criterium is namelijk het geleiden van de puck en niet het duwen en trekken tussen
twee spelers.

REGEL 98 – HET SCOREN VAN EEN DOELPUNT/DOEL VAN ZIJN PLAATS
ii. Het doel is van zijn plaats als:
1. Een van de twee flexibele pinnen waarmee het doel verankert is, komt uit het
daarvoor bestemde gat.
2. Het doel is los van een van de twee flexibele pinnen gekomen.
iii. Als een of beide doelpalen niet plat op het ijs staan, maar nog wel contact heeft met de
flexibele pinnen en deze pinnen bevinden zich nog in de daarvoor bestemde gaten, dan
is er sprake van een geldig doelpunt.
v. Als een verdedigende speler het doel van achteren optilt en de puck passeert de
doellijn, dan is er sprake van een geldig doelpunt, zolang wordt voldaan aan wat in
Regel 98 i-iv omschreven staat.

REGEL 116 – ABUSE OF OFFICIALS (BELEDIGEN VAN EEN SCHEIDSRECHTER)
i. Een minor penalty wordt opgelegd aan de speler die
1. Met zijn stick of ander voorwerp tegen de boarding of het beschermend glas
aanslaat als protest tegen een beslissing van de scheidsrechter.
2. Een speler die gebruik maakt van onzedelijke, profane of beledigende taal of actie
tegen een scheidsrechter.
ii. Een bench minor penalty wordt opgelegd aan:
4. Een teambegeleider die video technologie gebruikt om een beslissing van de
scheidsrechter ter discussie te stellen.
iii. Een misconduct penalty wordt opgelegd aan:
1. Een speler die de beslissing van een scheidsrechter ter discussie stelt of video
technologie gebruikt om zijn ongenoegen te tonen over die beslissing.
iv. Een game misconduct penalty wordt opgelegd aan:
2. Een speler of teambegeleider die op een niet respectvolle wijze contact maakt met
een scheidsrechter of die fysieke kracht gebruikt tegen een scheidsrechter.
3. Een speler of teambegeleider die een voorwerp naar de scheidsrechter gooit, of die
met een waterfles de scheidsrechter natspuit.
4. Een speler die volhardt in het gedrag waar hij eerder een misconduct voor heeft
opgelegd gekregen.
v. Een match penalty wordt opgelegd aan:
1. Een speler of teamofficial die opzettelijk en roekeloos fysieke kracht gebruikt tegen
een scheidsrechter of die een scheidsrechter verwondt.
2. Een speler die zijn stick naar de scheidsrechter gooit of daarmee naar de
scheidsrechter zwaait (en deze al dan niet raakt)of die de puck richting
scheidsrechter schiet..
3. Een speler of teambegeleider die dreigt, die discrimineert op ras of etnische
afkomst, spuugt, bloed smeert of seksueel getinte uitspraken doet, naar een
scheidsrechter.
4. Een speler of teambegeleider die onmiddellijk voor, tijdens of na de wedstrijd
obscene gebaren maakt naar de scheidsrechter.

REGEL 119 – BOARDING
i. Een boarding wordt bestraft een minor en misconduct penalty.
REGEL 120 – GEBROKEN STICK / SPELEN MET – VERVANGEN
WEDSTRIJDSITUATIE 1
Als een speler van team A een stick van het ijs raapt die door team B naar een speler van
team B is gegooid, dan worden beide teams bestraft. Indien niet bekend is wie de stick heeft
gegooid, dan wordt team B bestraft met een bench minor penalty.

REGEL 123 – CHECK FROM BEHIND
ii. Een speler die door roekeloos gedrag met een check from behind een tegenstander in
gevaar brengt, wordt bestraft met een major en game misconduct penalty of met een
match penalty.

REGEL 124 – CHECKING TO THE HEAD OR NECK AREA
ii. Een speler die een tegenstander op het hoofd of in het nekgebied aanvalt kan ook worden
bestraft met een major en automatische game misconduct penalty of met een match
penalty.

REGEL 129 – DELAY OF GAME/AANPASSEN UITRUSTING
ii. Een speler dient al zijn beschermende uitrusting volledig onder zijn uniform te dragen.
Uitzonderingen zijn handschoenen, helmen en de beenbescherming van doelverdedigers.
Een speler die na een waarschuwing deze regel overtreedt, wordt bestraft met een minor
penalty.

REGEL 135 – DELAY OF GAME/DE PUCK BUITEN HET SPEELVELD GOOIEN OF
SCHIETEN
iii. Op ijsbanen zonder beschermend glas wordt geen straf opgelegd als de puck net over de
boarding wordt geschoten.

REGEL 141 – FIGHTING (VECHTEN)
i. Alle spelers die bij een vechtpartij betrokken zijn, worden bestraft met een match
penalty.
iii. Een speler die handschoen(en) uitdoet of zijn helm afzet met de bedoeling een gevecht
met de tegenstander aan te gaan, wordt bestraft met een misconduct penalty, naast de
eventuele overige straffen.
ix. Als er een spelersconfrontatie ontstaat op het moment dat spelers aan het wisselen zijn
(spelerswissel), dan gelden de reguliere spelregels. Echter, indien een speler die niet bij
een normale spelerswissel betrokken is, zich mengt in een confrontatie, dan wordt deze
bestraft alsof hij van spelers- of strafbank komt.
Opmerking: de onder iii. Genoemde regel is komen te vervallen bij regel 158 – Roughing
(Ruw Spel).

REGEL 153 – LATE HIT / LATE CHECK
DEFINITIE: Met een late check wordt bedoeld dat een speler die zich in een kwetsbare positie
bevindt en die niet langer in bezit is van de puck of de puck niet langer onder controle heeft,
gecheckt wordt. Een late check kan worden uitgevoerd op een speler die zich wel of niet
bewust is van de actie van de tegenstander.
i. Een veldspeler bevindt zich niet in de onmiddellijke omgeving van een tegenstander. Als
hij deze tegenstander, die niet in bezit is van de puck of de puck niet onder controle
heeft en die zich bewust is van het dreigende contact, toch checkt, dan wordt hij
bestraft met een minor penalty.
ii. Een veldspeler die een late check uitvoert op een speler die zich niet bewust is van de
check, wordt bestraft met een major en automatische game misconduct penalty.
iii. Een veldspeler die met een late check een kwetsbaar opgestelde tegenstander door
roekeloos gedrag in gevaar brengt, wordt bestraft met een match penalty.

REGEL 155 – SPELEN ZONDER HELM
ii. Ook een kapotte kooi of vizier vallen onder gevaarlijke uitrusting. Een speler wiens vizier
of kooi tijdens het spel kapotgaat, moet onmiddellijk het ijs verlaten. Doet een speler dit
niet dan volgt een waarschuwing aan de coach met betrekking tot het gebruik van illegale
uitrusting. Elke volgende overtreding in de wedstrijd van deze regel, wordt bestraft met
een misconduct penalty.
iii. Als het kinbandje van de helm van een speler tijdens het spel losraakt, maar de helm
blijft op zijn hoofd, dan mag de speler tot aan de volgende spelonderbreking aan het spel
blijven deelnemen.
Opmerking: zie ook regel 34 – wedstrijdsituatie 1

REGEL 160 – SLEW-FOOTING(ONDERUIT SCHOPPEN)
i. Een speler die een slew-footing begaat op een tegenstander wordt bestraft met een
major en automatische game misconduct penalty.
ii. Een speler die met een slew-footing een tegenstander door roekeloos gedrag in gevaar
brengt, wordt bestraft met een match penalty.

REGEL 167 – TRIPPING
iii. Een speler jaagt een tegenstander, die in bezit is van de puck, na. De speler strekt zich
uit en slaat met zijn stick eerst de puck weg. Als vervolgens de tegenstander onderuit
gaat, dan wordt de speler bestraft met een minor penalty (een penalty shot wordt niet
toegekend).

REGEL 176 – PENALTY SHOT PROCEDURE/SAMENVATTING
i. In die situaties waar een overtreding tegen een bepaalde veldspeler wordt begaan, die
bestraft wordt met een penalty shot, dan mag dit penalty shot door elke, door de coach
aan te wijzen speler, worden genomen.

REGEL 215 – DELAY OF GAME/NAAR SPELERSBANK GAAN TIJDENS ONDERBREKING
WEDSTRIJDSITUATIE 2
Bij een uitgestelde straf schaatst de doelverdediger naar zijn spelersbank om vervangen te
worden door een extra veldspeler. Voordat hij echter bij zijn spelersbank is, wordt het spel
onderbroken. Als hij desalniettemin zijn weg naar zijn spelersbank blijft vervolgen, dan
wordt hij bij de eerste overtreding van deze regel door de scheidsrechters gewaarschuwd,
maar elke volgende keer wordt hij bestraft met een minor penalty voor delaying the game.

REGEL 221 – PUCK BUITEN HET DOELGEBIED VASTHOUDEN
ii. Een doelverdediger die tussen de doellijn en de hashmarks de puck vasthoudt, op de
puck valt, onder zijn lichaam houdt of de puck tegen de boarding of doelframe
vastklemt, wordt bestraft met een minorpenalty, tenzij hij onder druk staat van op zijn
minst één tegenstander en de puck niet veilig met zijn stick kan wegspelen.

VERWONDING
De term “verwonding” is uit het spelregelboek verdwenen. Daarvoor in de plaats gekomen is
de term :”door roekeloos gedrag de tegenstander in gevaar brengen”.
In het algemeen kun je zeggen dat een speler die door roekeloos gedrag een tegenstander in
gevaar brengt, bestraft wordt met een major penalty (plus automatische game misconduct)
of een match penalty.

DOELLIJN-ICINGLIJN
Het begrip “icinglijn” is in het nieuwe spelregelboek vervallen. Men spreekt nu over “doellijn”
en maakt het onderscheid “tussen beide doelpalen” (voorheen doellijn) en “buiten de
doelpalen” (voorheen icinglijn)